Gemotoriseerd en parapente

We zijn heel actief met deltavliegen, in Nederland en daarbuiten. Maar, we doen ook dingen niet. Bij ons kun je bijvoorbeeld niet gemotoriseerd deltavliegen en, aangezien we deltavliegles geven, leer je bij ons niet parapenten (of schermvliegen). We wijzen je natuurlijk graag de weg als dat wél is wat je zoekt.

Deltavliegen met een motor

De meeste deltapiloten vliegen zonder motor. Je start van een berg, duin of met behulp van een lier of een sleepvliegtuigje, en probeert zo lang mogelijk in de lucht te blijven op thermiek, de energie van de zon. De kick als dat lukt is geweldig, en de rust die daarboven heerst is fenominaal. En niemand die je hoort. Je kunt je deltavlieger ook uitrusten met een motor. Dat kan op twee manieren: een klein motortje met een propeller aan je harnas, of een karretje met motor onder de vlieger.

Deltavliegen met motorharnas

De eerste methode lijkt nog het meest op deltavliegen zonder motor. Je start met behulp van je motor, en gaat dan net als anders voorover in je harnas liggen. Sturen werkt ook precies hetzelfde. Je kunt de motor tijdens het vliegen gewoon uitzetten als je een mooie thermiekbel tegenkomt, en op eigen kracht verder. Vind je geen thermiek, dan kun je de motor aan laten. Voor je kunt vliegen met zo’n motor, moet je eerst goed leren vliegen zonder. En liefst leer je ook alvast goed thermieken. Heb je dat onder de knie, dan is vooral het starten en landen met zo’n motor iets om goed te oefenen. Verder vliegt het net als een deltavlieger!

Deltavliegen met een trike

Een karretje met motor voor onder de deltavlieger heet ook wel een trike. Zo’n karretje heeft één of twee stoeltjes, en zit goed aan de vlieger vast. Deze manier van vliegen is dus wel even wat anders dan deltavliegen zonder motor. Toch kun je het beste éérst leren deltavliegen voor je in een trike stapt. De vleugel vliegt namelijk gewoon als een deltavlieger, en dat moet je goed in de vingers krijgen. Er is in Nederland geen echte opleiding voor trike-piloten. In sommige andere landen wel; heb je moeite met rennen en wil je wel leren trikevliegen, dan is een opleiding in het buitenland misschien een goed idee. Je kunt meer informatie vragen bij de KNVvL.

Parapente of schermvliegen

Ook heel leuk: parapente, of schermvliegen. Het is erg verwant aan deltavliegen. We vliegen op dezelfde plekken, gebruiken beide thermiek, hebben zowat hetzelfde vliegvirus onder de leden maar toch is het een heel andere sport. Schermvliegen geeft een heel andere beleving dan deltavliegen. Het opleidingstraject is ook anders, en het materiaal verschilt natuurlijk. Deltavliegen komt echt het dichtst bij vliegen als een vogel. Als piloot ben je wezenlijk onderdeel van de constructie, en je hangt zo dicht onder de vleugel dat het voelt alsof je zelf vleugels hebt. De deltavlieger reageert heel direct op wat je doet en jij kunt alles voelen wat de vlieger doet. Bij schermvliegen zit er meer afstand tussen jou en het scherm en het scherm is geen vaste constructie maar beweegt meer. Je krijgt minder directe feedback maar je bent ook minder ‘sportief’ bezig. Deltavliegen gaat sneller; met starten en landen maar ook met vliegen. Je komt sneller verder, en kunt in wat onstuimiger weer nog goed vliegen. Een parapente gaat rustiger, en je zit er rechtop onder. Je komt wat minder ver, maar blijft wel even lang in de lucht.

Makkelijker?

Vanwege de lagere snelheid en vanwege het soort vleugel, is schermvliegen over het algemeen wat rustiger dan deltavliegen. Het is in ieder geval iets minder technisch, en dat maakt het makkelijker om de basis te leren. Bij schermvliegen maak je dan ook al veel eerder hoge vluchten, maar daarna moet je alsnog de techniek in de vingers krijgen. Bij deltavliegen moet je éérst de techniek leren: het vliegt wat sneller en reageert veel directer, dus je moet al weten hoe het werkt vóór je er serieus mee de lucht in kunt. Maar, heb je dat eenmaal in de vingers, dan is er niets wat mooier vliegt dan een delta…

Veiliger?

Deltavliegen en parapnente zijn ongeveer even veilig. Het zijn beide moderne luchtsporten waarbij veel veiligheid zit ingebakken in goede opleiding, zelfkennis en het materiaal. Bij deltavliegen is vaak de snelheid wat hoger. Dus ook als het met bijvoorbeeld de landing niet helemaal goed gaat, gaat het sneller dan met parapente en raak je mogelijk wat eerder geblesseerd. Aan de andere kant is het materiaal van deltavliegen steviger dan dat van schermvliegen. Een deltavlieger kan niet inklappen, waardoor je nooit zomaar een stukje kunt vallen of zakken. Een parapente heeft geen starre constructie, en kan van nature in turbulente lucht wél inklappen. Ze klappen ook snel en makkelijk weer uit, maar soms verlies je daar wel snel hoogte mee. Dat is dicht boven de grond niet fijn, en dat kan ook blessures opleveren.

Meer gedoe, maar mooiere sensatie

Het is waar dat een parapente veel makkelijker in te pakken en mee te nemen is, maar ook dat de meeste parapentepiloten éigenlijk vinden dat deltavliegen mooier is. Je heb echt het gevoel dat je één bent met je vlieger, en dat je zelf vleugels hebt gekregen. Dat komt door de wat hogere snelheid, door de liggende houding én doordat je veel dichter onder je vleugel hangt. En dat gedoe met inpakken en transport? Als je eenmaal gevlogen hebt, dan neem je dat voor lief.

Inschrijven Meer informatie

 

Reacties zijn gesloten.